Verveling is geen gebrek aan bezigheid maar een aandachtstoestand waarin je wel betrokken wilt zijn en dat niet lukt. Onderzoek laat zien dat mensen die toestand zo onaangenaam vinden dat ze hem actief vermijden, terwijl saaie en weinig veeleisende momenten aantoonbaar leiden tot meer creatieve ideeën. Verveling functioneert bovendien als signaal dat je aandacht niet meer bij het juiste ligt. In dit artikel lees je wat er gebeurt in de white space van je agenda, en hoe je die bewust inbouwt.
De lege dertig minuten
Een afspraak valt weg. Er ontstaat een gat in je agenda dat je niet had gepland. Een half uur, midden op de dag.
Kijk eens hoe lang het duurt voordat je je telefoon pakt. Bij de meeste mensen is dat minder dan een minuut. Je scrollt door je mail zonder iets te beantwoorden. Je kijkt of er nieuws is. Je schuift alvast een taak naar voren die morgen ook had gekund.
Dat gat had je beste half uur van de week kunnen zijn. Er zijn weinig momenten waarop je hoofd zoveel ruimte krijgt als wanneer er iets uitvalt. En er zijn weinig momenten die zo snel worden dichtgemetseld.
De vraag is waarom. Waarom voelt een leeg half uur als iets wat opgelost moet worden, terwijl je in datzelfde half uur je moeilijkste vraagstuk had kunnen laten liggen tot het antwoord kwam bovendrijven?
Die onbezette ruimte in je agenda noem ik hier white space. Het is de tijd waar geen afspraak, geen doel en geen agendapunt op staat, en het is de tijd die als eerste sneuvelt.
Wat is verveling?
Verveling wordt vaak omschreven als niets te doen hebben. Die omschrijving klopt niet. Eastwood en collega’s definiëren verveling in termen van aandacht: het is de onvervulde wens om betrokken te zijn bij een bevredigende activiteit, waarbij het je niet lukt je aandacht ergens op te richten en je je daar bewust van bent (Eastwood, Frischen, Fenske & Smilek, 2012).
Volgens hun model bestaat verveling uit drie specifieke kerncomponenten:
De onvervulde wens tot betrokkenheid. Je wilt heel graag iets zinvols of bevredigends doen, maar het lukt je niet (in tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘relaxen’, waarbij je er bewust voor kiest om niets te doen).
Het falen van de aandacht. Je slaagt er niet in om je focus te richten op interne prikkels (zoals je eigen gedachten of plannen) óf externe prikkels (zoals een boek, film of taak).
Het metabewustzijn. Je bent je er pijnlijk van bewust dat het je niet lukt om je aandacht ergens bij te houden, wat leidt tot een gefrustreerd of onrustig gevoel. In hun model hoort daar ook bij dat je de oorzaak buiten jezelf legt, bij de vergadering, de taak of de situatie.
Kortom: verveling is niet het gebrek aan opties, maar het onvermogen om je mentale energie effectief aan die opties te koppelen.
Dat verklaart waarom zelfs een overvolle agenda en verveling prima samengaan. Je kunt drie overleggen achter elkaar hebben en je bij geen van alle betrokken voelen. Verveling gaat over waar je aandacht wel of niet heen wil, niet over hoeveel er op je bordje ligt.
Hoever mensen gaan om verveling te vermijden
Wilson en collega’s zetten proefpersonen zes tot vijftien minuten alleen in een prikkelarme kamer met de opdracht om na te denken, verder niets. Uit een analyse van 11 verschillende deelstudies bleek dat het merendeel van de deelnemers dit niet prettig vond en moeite had met concentreren. Alledaagse bezigheden (zoals muziek luisteren of lezen) vonden ze veel aangenamer.
In de bekendste variant kregen proefpersonen vooraf een lichte elektrische schok die ze als onprettig ervoeren (ze gaven aan te willen betalen om deze niet nogmaals te krijgen). Toen ze vervolgens 15 minuten alleen werden gelaten met een knop om zichzelf diezelfde schok te geven, koos 67% van de mannen en 25% van de vrouwen ervoor om zichzelf minstens één keer te schokken. Die percentages komen uit een deelstudie met 42 mensen: twaalf van de achttien mannen en zes van de vierentwintig vrouwen. Wie zichzelf schokte, deed dat gemiddeld 1,47 keer in een kwartier. Eén uitschieter diende zichzelf zelfs 190 schokken toe, en die is door de onderzoekers buiten dat gemiddelde gehouden. De conclusie van de auteurs was dan ook exact dat de menselijke geest liever negatieve stimulatie opzoekt dan helemaal geen stimulatie; we doen liever iets dan niets (Wilson e.a., 2014).
Bij dat schokresultaat past een kanttekening, want het is later door andere onderzoekers bekritiseerd. Fox en collega’s wijzen erop dat er veel ruimte zit tussen “minder leuk dan televisie kijken” en “onaangenaam”, en dat bij de deelnemers die vooraf zeiden te willen betalen om de schok te vermijden een meerderheid alsnog nadenken verkoos boven een schok (Fox, Thompson, Andrews-Hanna & Christoff, 2014). Het bredere patroon uit de elf studies staat wel overeind: nietsdoen wordt breed als onprettig ervaren en wordt actief vermeden.
Dat is de context waarin jouw lege half uur verdwijnt. Je vult het niet omdat het nuttig is, maar omdat leegte ongemakkelijk voelt.
Wat verveling doet met je denkvermogen
Hier wordt het interessant voor iedereen die voor de kost moet nadenken.
Mann en Cadman lieten proefpersonen eerst een saaie taak uitvoeren, bijvoorbeeld telefoonnummers uit een telefoonboek overschrijven, en gaven hen daarna een creatieve opdracht. In twee studies, met tachtig en negentig deelnemers, kwamen de mensen die eerst waren verveeld tot meer creatieve antwoorden dan de controlegroep. Opvallend: het overschrijven werkte goed, het lezen van dezelfde nummers werkte in sommige gevallen nog beter. Hoe passiever de bezigheid, hoe meer ruimte voor dagdromen, en dagdromen bleek de schakel tussen verveling en creativiteit (Mann & Cadman, 2014).
Baird en collega’s onderzochten hetzelfde mechanisme van de andere kant. Deelnemers werkten aan creatieve opgaven, kregen daarna een pauze met verschillende invullingen, en pakten de opgaven weer op. De groep die tijdens de pauze een weinig veeleisende taak deed, presteerde daarna beter dan de groep met een veeleisende taak, beter dan de groep die rustte en beter dan de groep zonder pauze. De verklaring lag in de mate waarin de aandacht mocht afdwalen, niet in bewust doordenken over de opgave (Baird e.a., 2012).
Twee dingen volgen hieruit. Het beste moment om je hoofd te laten zwerven is nadat je je in een vraagstuk hebt vastgebeten, niet ervoor. En een leeg half uur werkt daarvoor beter dan een half uur met de telefoon in de hand, omdat scrollen je aandacht wel bezet houdt maar nergens heen laat gaan.
Verveling als signaal
De filosoof Andreas Elpidorou gaat een stap verder. Hij beschrijft verveling als een affectieve toestand die je gedrag bewaakt en bijstuurt. Verveling meldt je dat je huidige bezigheid niet strookt met wat je belangrijk vindt, en zet je aan om iets anders te zoeken. In die zin is verveling geen defect maar heeft het een functie, vergelijkbaar met pijn (Elpidorou, 2014).
Dat is de meest bruikbare gedachte: wanneer je je verveelt in een vergadering die er inhoudelijk toe doet, is dat informatie. Over de vergadering, over je rol erin, of over de vraag of dit werk nog bij je past. Wie die melding steeds wegklikt met een telefoon of een extra taak, krijgt het antwoord nooit.
Verveling is een stille vorm van zelfreflectie. Stil, want er gebeurt niets zichtbaars. Reflectie, want ondertussen zoekt je hoofd uit waar het heen wil.
Waarom leiders dit als eerste ‘opgeven’
In leidinggevende rollen verdwijnt de white space het snelst, en dat is geen toeval.
Een volle agenda is de meest geaccepteerde vorm van gezag die er bestaat. Niemand vraagt aan iemand die van overleg naar overleg holt of hij zijn tijd goed besteedt. Ondertussen is dat rennen de eenvoudigste manier om niet te hoeven weten wat je ergens van vindt. Ook al doe je dit niet bewust, zolang je bezig bent, hoef je geen standpunt in te nemen over de fusie, over die ene benoeming, over de vraag of dit nog de rol is waar je goed in zit.
Er is een verschil tussen tijd besteden en tijd bezetten. De uren die je bezet houdt, leveren op de dag zelf iets zichtbaars op. De uren die je leeg laat, leveren de gedachten op waar je over een jaar wat aan hebt. Alleen de eerste categorie staat in je agenda, en alleen de eerste categorie wordt door je omgeving beloond.
Hoe je white space inbouwt
Vier dingen die werken, oplopend in moeilijkheid.
Laat het gat een gat. Wanneer een afspraak uitvalt, vul je hem niet. Dat is de eenvoudigste oefening die er is en meteen de lastigste.
Reserveer tijd voor strategie. Zet één blok per week vast zonder onderwerp. Geen agendapunt, geen voorbereiding, geen doel. Voeten op je bureau, of een wandeling zonder oordopjes.
Gun jezelf white space na een zware inspanning. Doe iets weinig veeleisends nadat je hard hebt gedacht. Afwassen, fietsen, een saai stuk lezen. Het onderzoek van Baird laat zien dat dit het moment is waarop de invallen komen.
Scan jezelf op verveling. Merk op waar je je verveelt en noteer het. Niet om het op te lossen, wel om er na een maand naar te kijken. De plekken waar je aandacht wegloopt, vertellen je iets over waar je energie heen wil.
Wat dit oplevert
Je hoeft van verveling niet te houden. Ze voelt onaangenaam en dat hoort erbij, want dat ongemak is wat je in beweging brengt.
Wat je wel kunt doen, is haar niet meer behandelen als een gebrek. Een leeg half uur is geen gat in je dag. Het is de enige plek in je week waar iets kan opkomen dat niet vooraf op de agenda stond.
Hou dat vast wanneer je hier verder niets uit meeneemt: je bent op dat moment niet ergens mee opgehouden. Je bent aan iets begonnen dat nog geen naam heeft. En is dat niet wat we ‘strategisch denken’ noemen?
Veelgestelde vragen
Wat is verveling?
Verveling is de onvervulde wens om betrokken te zijn bij een bevredigende activiteit. In de definitie van Eastwood en collega’s (2012) gaat het om een aandachtstoestand: het lukt je niet je aandacht ergens op te richten en je bent je daarvan bewust. Verveling is dus iets anders dan niets te doen hebben.
Maakt verveling je creatiever?
Dat wijst het onderzoek uit. Mann en Cadman (2014) vonden dat deelnemers na een saaie taak creatiever presteerden dan een controlegroep, met dagdromen als verklarende schakel. Baird en collega’s (2012) vonden dat een weinig veeleisende pauze creatieve prestaties meer verbeterde dan een veeleisende pauze, rust of geen pauze.
Waarom vinden mensen nietsdoen zo moeilijk?
In elf studies van Wilson en collega’s (2014) vonden deelnemers zes tot vijftien minuten alleen zijn met hun gedachten weinig plezierig en gaven zij de voorkeur aan alledaagse bezigheden. In een deelstudie onder 42 mensen koos een deel zelfs voor een lichte elektrische schok boven nietsdoen. Dat laatste resultaat is later bekritiseerd (Fox e.a., 2014), het bredere patroon van vermijding is dat niet.
Is verveling op het werk een slecht teken?
Niet per se. In de functionele opvatting van Elpidorou (2014) meldt verveling dat je aandacht niet meer aansluit bij wat je belangrijk vindt en zet zij aan tot verandering. Dat maakt haar bruikbaar als signaal, mits je het opmerkt in plaats van wegklikt.
Hoe bouw ik white space in een volle agenda?
Begin met de uren die vanzelf ontstaan: vul een afspraak die uitvalt niet op. Zet daarnaast wekelijks één blok vast zonder onderwerp, en plan weinig veeleisende bezigheden na momenten waarop je intensief hebt gewerkt.
Sofie Varrewaere (52) is executive coach en gedragsdeskundige. Zij werkt met bestuurders, ondernemers en senior leiders rond leiderschap, organisatiegedrag en stakeholderdynamiek. In haar werk combineert zij psychologie met de realiteit van organisaties, ondernemerschap en machtssystemen. Ze is coauteur van het boek Van keukentafel naar boardroom (en weer terug).
Bronnen
Baird, B., Smallwood, J., Mrazek, M. D., Kam, J. W. Y., Franklin, M. S., & Schooler, J. W. (2012). Inspired by distraction: Mind wandering facilitates creative incubation. Psychological Science, 23(10), 1117–1122.
Eastwood, J. D., Frischen, A., Fenske, M. J., & Smilek, D. (2012). The unengaged mind: Defining boredom in terms of attention. Perspectives on Psychological Science, 7(5), 482–495.
Elpidorou, A. (2014). The bright side of boredom. Frontiers in Psychology, 5, artikel 1245.
Fox, K. C. R., Thompson, E., Andrews-Hanna, J. R., & Christoff, K. (2014). Is thinking really aversive? A commentary on Wilson et al.’s “Just think: the challenges of the disengaged mind”. Frontiers in Psychology, 5, artikel 1427.
Mann, S., & Cadman, R. (2014). Does being bored make us more creative? Creativity Research Journal, 26(2), 165–173.
Wilson, T. D., Reinhard, D. A., Westgate, E. C., Gilbert, D. T., Ellerbeck, N., Hahn, C., Brown, C. L., & Shaked, A. (2014). Just think: The challenges of the disengaged mind. Science, 345(6192), 75–77.
